Vragen en antwoorden op waarschuwing voor fenomeen ‘Jumpen’

Beantwoording van de schriftelijke vragen van de LHN-fractie d.d.23 maart 2026 over ‘Jumpen Zoetermeer’

Vraag 1
Is het college bekend met deze brief waarin wordt gewaarschuwd voor het zogenoemde “jumpen” onder jongeren via sociale media?

Antwoord 1
Het college heeft via sociale media kennisgenomen van berichten over het fenomeen “jumpen”.

Vraag 2
Zo ja, heeft het college hierover contact gehad met de politie uit Lansingerland en wat is daaruit naar voren gekomen?

Antwoord 2
Er is door het college geen contact opgenomen met politie Lansingerland. Wel is er over dit onderwerp contact geweest tussen basisteam van politie Zoetermeer en het basisteam van politie Lansingerland. Dit contact volgde op signalen van een wijkagent uit de gemeente Lansingerland, die melding maakte van een opkomende trend genaamd ‘jumpen’ op scholen in die regio. Omdat deze scholen zich nabij de gemeentegrens van Zoetermeer bevinden, is deze informatie direct gedeeld binnen basisteam politie Zoetermeer om alertheid te creëren.

Vraag 3
Zijn bij de gemeente, politie of andere partners signalen bekend dat dergelijke incidenten zich ook in Zoetermeer voordoen?

Antwoord 3
De politie heeft naar aanleiding van de berichten uit Lansingerland een onderzoek ingesteld in open bronnen (sociale media) om na te gaan of er online signalen zijn van dit fenomeen in Zoetermeer. Dit onderwerp is tevens besproken met de veiligheidscoördinatoren van de Zoetermeerse scholen. Uit dit onderzoek zijn op dit moment geen concrete signalen of beelden naar voren gekomen. Tot op heden zijn geen concrete incidenten en/of strafbare feiten geregistreerd. De politie herkent de omschreven gedragingen (mishandeling/vernedering voor online exposure) als een fenomeen dat al langer de aandacht heeft. Dit staat niet geregistreerd onder de nieuwe term ‘jumpen’, maar valt binnen een bredere categorie van geweld tussen jongeren..

Vraag 4
Zo ja, in hoeverre zijn scholen, jongerenwerk en ouders geïnformeerd over mogelijke risico’s rondom dit fenomeen?

Antwoord 4
De informatievoorziening verloopt via de bestaande korte lijnen tussen de ketenpartners (politie, gemeente, onderwijsinstellingen en jongerenwerk). Omdat er in Zoetermeer nog geen sprake is van concrete incidenten, is de informatievoorziening op dit moment gericht op informatieverstrekking over het fenomeen en op vroegsignalering door professionals. Hiermee wordt voorkomen dat er onnodige onrust ontstaat, terwijl de alertheid bij de sleutelfiguren in de wijk en op de scholen is geborgd.

Vraag 5
Welke concrete maatregelen worden genomen om geweld onder jongeren, zowel op straat als via sociale media, vroegtijdig te signaleren en aan te pakken?

Antwoord 5
Het fenomeen “jumpen” is en wordt in reguliere veiligheidsoverleggen met de ketenpartners besproken.

De aanpak door politie in Zoetermeer rust op drie pijlers:
• Monitoring: De politie monitort actief open bronnen op sociale media om trends en mogelijke geweldsincidenten vroegtijdig te detecteren. Daarnaast vindt in de wijken door zowel wijk- en jeugdboa’s als wijkagenten ook monitoring plaats.
• Netwerk: Er is een nauwe samenwerking tussen de politie, gemeente, jongerenwerk en scholen. Signalen worden in een vroeg stadium gedeeld in reguliere veiligheidsoverleggen, waardoor er snel opgetreden kan worden zodra een trend zich vertaalt naar gedrag op straat.
• Handhaving en dossieropbouw: Bij concrete incidenten met elementen van vernedering of geweld wordt door politie direct opgeschaald. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar het fysieke feit (mishandeling), maar ook naar de verzwarende omstandigheid van het filmen en verspreiden van beelden.

Vraag 6
Deelt het college de opvatting dat Zoetermeer een stad moet zijn waar inwoners zich vrij kunnen bewegen zonder angst voor willekeurig geweld, en dat hierop stevig moet worden gehandhaafd?

Antwoord 6
Ja.

Vraag 7
Is het college het met de fractie van LHN eens dat, wanneer de politie dergelijke signalen afgeeft, het wenselijk is dat deze informatie ook onder inwoners van Zoetermeer wordt verspreid, zodat jongeren weten dat zij gehoord worden en ouders hierover het gesprek met hun kinderen kunnen aangaan?

Antwoord 7
Bij fenomenen die sterk leunen op online ‘status’ en ‘exposure’, zoals bij ‘jumpen’, is een zorgvuldige afweging noodzakelijk. Te vroege of te brede communicatie over een ‘nieuwe trend’ kan onbedoeld een aanzuigende werking hebben (copycat-gedrag). De huidige strategie is om ouders en leerlingen specifiek te informeren via de scholen zodra de signalen daar aanleiding toe geven. Op deze wijze wordt de dialoog tussen ouders en kinderen gestimuleerd op basis van feiten in de eigen leefomgeving, zonder een potentieel schadelijk fenomeen onbedoeld groter te maken.